Biobrandstoffen bestaan uit een eerste en tweede generatie. De afbeelding hierboven geeft het nadeel van de eerste generatie weer. HVO (Hydrotreated Vegetable Oil) wordt ingedeeld in de tweede generatie of soms zelfs in de “super advanced” generatie.

In de wereld van de biobrandstoffen zijn momenteel twee generaties te onderscheiden. De eerste generatie biobrandstof is grotendeels gebaseerd op suikers, zetmelen, plantaardige vetten en dierlijke vetten. Meestal zijn het voedselgewassen die gebruikt worden als brandstof. Zo wordt biodiesel onder andere verkregen uit mais, palmolie, koolzaad en sojabonen. Bio-ethanol wordt onder andere verkregen uit suikerriet, suikerbiet, suikerpalm en ook uit graan. Nadeel van deze brandstoffen is dat de basis van deze brandstoffen ligt in etenswaren of etensresten. Als er voedselgewassen gebruikt worden om brandstof te produceren wordt dit niet gebruikt om eten van te maken.

Tweede generatie biobrandstof

Voorbeelden van biobrandstoffen van de tweede generatie zijn onder andere:

  • Wilgen en Pongamia pinnata
  • Houtsnippers
  • Stro
  • Dierlijk vet
  • Gebruikt frituurvet
  • Dierlijk vet
  • Restafval

Deze producten hebben geen impact op de voedselvoorzieningen rond de wereld. Vaak worden deze biobrandstoffen ook gemaakt uit afval of uit resten waardoor het extra interessant is om deze brandstoffen te produceren.

biobrandstoffen en achtergrond

Biobrandstoffen HVO

HVO is een product wat na de tweede generatie komt. Momenteel valt deze brandstof nog in de tweede generatie. Dit komt echter omdat er nog geen derde generatie is, deze generatie is wel op komst. Voor derde generatie wordt vaak gerefereerd naar biobrandstoffen gebaseerd op algen.

Geschiedenis biobrandstof

Biobrandstoffen bestaan al zolang er auto’s bestaan. De eerste auto’s reden namelijk al op biobrandstof in de vorm van Bio-ethanol en biodiesel. Voordat fossiele brandstoffen ontdekt werden reden alle auto’s op biomassa in de vorm van hout en houtskool of gedroogde uitwerpselen, plantaardige oliën en dierlijke vetten. De auto’s die Henry Ford ontwikkelde waren van origine bedoeld om te draaien op biobrandstoffen. De eerste dieselmotor ontwikkeld door Rudolf Diesel liep op pindaolie. Uiteindelijk zijn de biobrandstoffen vervangen door fossiele brandstoffen. Dit had twee redenen. Enerzijds was er prijs, die van fossiele brandstof was lager. Anderzijds was er de energie-inhoud die toentertijd voor fossiele diesel hoger was dan voor biodiesel.

Aandacht voor biobrandstoffen

Zoals iedereen bekend is, wordt de laatste tijd veel aandacht besteed aan het terugdringen van de CO2 emissies. Dit heeft ervoor gezorgd dat er veel onderzoek gedaan is en wordt naar biobrandstoffen. Door allerlei regelingen en akkoorden sturen overheden in de hele wereld aan op het terugdringen van de CO2 uitstoot. Voorbeelden hiervan zijn het Kyoto-protocol of recenter het Klimaatakkoord van Parijs.

Veel van de huidig gebruikte biobrandstof zijn biobrandstoffen van de eerste generatie. Zoals hierboven aangegeven worden deze brandstoffen gemaakt uit eetbare plantgewassen. Dit heeft als gevolg dat verschillende derde wereld landen minder etenswaren kregen omdat auto’s in de westerse wereld schoner moesten rijden.

Tweede generatie biobrandstoffen zijn dus niet gebaseerd op eetbare plantgewassen. Zij concurreren dus niet met voedsel zoals de eerste generatie biobrandstof.

Biodiesel en biobrandstoffen

Diesel ligt momenteel op de pijnbank. Bij leasemaatschappijen wordt het steeds minder voordelig een dieselwagen aan te schaffen. Dit komt door de onzekerheid over de dieselmotor op de middellange termijn. Wat is mijn dieselauto over vier jaar nog waard?

Een mogelijk oplossing hiervoor is biobrandstoffen: biodiesel. Dit product heeft zeker voor de middellange termijn de toekomst, lees ook verder over de plannen van TLN.

Offerte aanvraag
Binnen 2 uur een offerte!
Terug naar CO2 Saving Diesel